Het beoordelingstraject van BSIK Programma en Projectvoorstellen
- Indienen van nieuwe projecten
- Beoordeling individuele projecten
- Herprogrammering 2004
- Indiening kennisprojectplan 2003
Eerste lichting projecten
De reguliere projectvoorstellen zijn op 29 juni 2004 ingediend. In juli en augustus 2004 wordt de wetenschappelijke en maatschappelijke review uitgevoerd. Gelegenheid tot repliek op de reviewrapporten volgt tot in de laatste week van augustus 2004. In de laatste week van augustus/eerste week van september komen de wetenschappelijke en maatschappelijke beoordelingscommissies bijeen (paragraaf 3.2.2.). De programmaraad bespreekt deze adviezen in de tweede week van september. De adviezen van deze beoordelingscommissies worden samen met de bevindingen van de programmaraad samengevoegd tot een programmeringsadvies, gericht aan het Bestuur van de Stichting. Tijdens de 3e Bestuursvergadering op 30 september 2004 wordt een besluit genomen over de uitvoering van de betreffende projecten binnen BSIK-KvR.
Tweede lichting projecten
De projectleiders van brug- en integratieprojecten hebben in beginsel tot 30 augustus de tijd hebben om hun projecten te herdefiniëren. In oktober 2004 worden de wetenschappelijke en maatschappelijke review uitgevoerd. Tot eind november is er gelegenheid voor de projectleiders voor het geven van repliek op de review rapporten. In december komen de wetenschappelijke en maatschappelijke beoordelingscommissies bijeen om de tweede lichting projectvoorstellen te bespreken. De programmaraad bespreekt deze adviezen in haar vergadering in januari 2005. De adviezen van de beoordelingscommissies worden samen met de bevindingen van de programmaraad samengevoegd tot één programmeringsadvies, gericht aan het Bestuur van de Stichting. Tijdens de 4e/5e Bestuursvergadering wordt een besluit genomen over de uitvoering van deze projecten in BSIK-KvR verband.
Derde lichting: communicatie projecten
Het ministerie VROM heeft het Bestuur van de Stichting voor Klimaat en Ruimte verzocht om de communicatie activiteiten van het BSIK programma te combineren met die van het NRP-CC programma. Dit proces vergt tijd. Besprekingen tussen het BSIK-KvR programma en het NRP-CC programma over de effectuering van de combinatie van de programma’s zijn gaande. Derhalve zijn de beoogde projectleiders nog niet benaderd voor het herschrijven van projectvoorstellen. Omdat de invulling van deze combinatie van twee programma’s grote implicaties heeft voor aan communicatie gerelateerde BSIK projecten, is er bij de herprogrammering voor gekozen om alle communicatieprojecten onder te brengen in één integraal communicatieplan. Het communicatieplan zal bestaan uit een complementaire set van projecten (zie paragraaf 5.6). Er is een werkgroep ingesteld die verantwoordelijk is voor de definitie het communicatieplan. Naar verwachting zal in september 2004 een eerste concept van dit plan zijn opgesteld.
De programmaraad zal in haar vergadering van 5 september 2005 bespreken hoe de invulling van de vrije ruimte zal moeten plaatsvinden. In 2006 zal worden begonnen met de invulling van deze vrije ruimte.
- Een onafhankelijke toets op wetenschappelijke kwaliteit en samenhang van het programma door NWO
- Een maatschappelijke review
Hierbij wordt gebruik gemaakt van de standaard NWO procedures. Er zullen per projectvoorstel 2 onafhankelijke, anonieme referenten gezocht worden die het project op wetenschappelijke kwaliteit zullen beoordelen, met inachtneming van de overkoepelende thematische programma-eisen. Indieners van projectvoorstellen krijgen de gelegenheid tot repliek op review rapporten. De resultaten van de reviews plus de eventuele repliek worden voorgelegd aan een wetenschappelijke beoordelingscommissie die de taak heeft per project een advies te geven aan de Programmaraad en het Bestuur van de Stichting Klimaat voor Ruimte. De commissie betrekt daarbij de wetenschappelijke kwaliteit en de inpasbaarheid binnen het gehele programma. De commissie bestaat uit maximaal 6 representanten van de betrokken natuurwetenschappelijke en maatschappijwetenschappelijke disciplines in het programma. De helft van de beoordelingscommissie wordt voorgedragen door het bestuur van de Stichting Klimaat voor Ruimte. De beoordelingscommissie wordt benoemd door NWO.
Maatschappelijke review
Om de maatschappelijke en economische relevantie en draagvlak van de projecten binnen het Klimaat voor Ruimte (BSIK-KvR) programma te beoordelen wordt een onafhankelijke maatschappelijke beoordeling uitgevoerd. Per projectvoorstel zijn twee onafhankelijke anonieme referenten benaderd die de projectvoorstellen reviewen en beoordelen op een aantal criteria. De reviewprocedure vindt schriftelijk plaats en de review rapporten dienen uiterlijk 31 januari 2005 bij het Programmabureau binnen te zijn.
De indieners van de projectvoorstellen krijgen de gelegenheid tot repliek op de reviewrapporten. De resultaten van de reviews plus de eventuele repliek worden voorgelegd aan een maatschappelijke beoordelingscommissie, die bijeenkomt in de tweede helft van maart 2005. De commissie heeft de taak per project een advies te geven aan het bestuur van de Stichting Klimaat voor Ruimte, daarbij betrekkend de inpasbaarheid binnen het gehele programma. De commissie bestaat uit maximaal 6 vertegenwoordigers uit sectoren die gebruik zullen maken van de resultaten van het BSIK-KvR programma. Naast de onafhankelijke maatschappelijke review vindt tevens een onafhankelijke wetenschappelijke review plaats, welke door NWO wordt uitgevoerd.
De review heeft een adviserend karakter. Het advies is van belang om de ingediende voorstellen, waar nodig, bij te sturen opdat zij goed inspelen op de maatschappelijke en economische relevantie op het gebied van klimaat en ruimtelijke ordening. Op basis van het advies zal het bestuur van de Stichting Klimaat voor Ruimte beslissen over het al dan niet financieren van projecten of projectleiders verzoeken projectvoorstellen aan te passen om alsnog voor financiering in aanmerking te komen.
Hieronder wordt een korte toelichting op de reviewcriteria gegeven. Bij ieder punt wordt van u gevraagd om een argumentatie te geven over hoe u tot uw score bent gekomen. Het gaat hierbij om de redenen waarom het projectvoorstel de score behaalt op een criterium en welke mogelijkheden u ziet tot verbetering van het projectvoorstel. Aan de hand van deze argumenten kan de projectleider zijn repliek schrijven en mogelijk het projectvoorstel verbeteren. De maatschappelijke beoordelingscommissie gebruikt de argumentatie van de verschillende referenten om een uiteindelijk advies aan het bestuur op te stellen.
Criterium 1: Potentiële invloed op beleid
In de beleidsnota’s van VROM, LNV, V&W, EZ en OC&W (zoals NMP5, WB21, nota ruimte, etc.) worden op verschillende plaatsen doelstellingen geformuleerd die gerelateerd zijn aan het onderwerp klimaat(verandering), ruimtelijke ordening en de versterking van de kennisinfrastructuur. Het BSIK-KvR programma, en de onderliggende projecten, hebben mede als doel om het nationale beleid te ondersteunen bij het bereiken van deze doelstellingen. BSIK-KvR wil hieraan bijdragen door onder andere de ontwikkeling van nieuwe adaptatie en mitigatie maatregelen/strategieën en de versterking van de kennisinfrastructuur. Gezien het mondiale karakter van het klimaatvraagstuk is het belangrijk dat het programma goed aansluit bij de internationale klimaatbeleidsdoelstellingen. Bij dit criterium wordt van de referenten gevraagd in hoeverre, naar hun mening/inschatting, de individuele projecten hieraan bijdragen.
Criterium 2: Publiek-Private samenwerking, inclusief maatschappelijk organisaties
Een belangrijk doel van BSIK-KvR is om de samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid, maatschappelijke organisaties en wetenschappelijke instituten structureel te verbeteren. Dit alles om het innovatievermogen van de Nederlandse kenniseconomie een impuls te geven. Bij dit criterium wordt aan de referenten gevraagd in hoeverre, naar hun mening/inschatting, de individuele projecten hieraan bijdragen. Tevens is de duurzaamheid van de samenwerking een belangrijk criterium. Daarom wordt de referenten tevens gevraagd een inschatting te geven van de mogelijkheid en waarschijnlijkheid dat, na beëindiging van het project, de samenwerking kan en zal worden voortgezet.
Criterium 3: Versterking kennisinfrastructuur
Hoofddoel van dit kennisproject is om zowel de Nederlandse overheid als het bedrijfsleven uit te rusten met een operationele kennisinfrastructuur (de samenwerking tussen kennisinstellingen onderling en met andere partners, of het voorstel onderzoeksinstellingen helpt hun kennis te versterken en (in)direct een impuls geeft aan de benutting van de gegenereerde kennis) die toegesneden is op de relatie tussen (antropogene en natuurlijke) klimaatverandering, klimaatvariabiliteit en ruimtegebruik. Doel van het consortium is om klimaat medeordenend te laten worden voor de toekomstige (her)inrichting van Nederland en Europa. Hiertoe is het belangrijk dat ontwikkelde kennis wordt verspreid en wordt samengewerkt binnen netwerken van zowel aanbieders als gebruikers van de ontwikkelde en te ontwikkelen kennis. Door gecoördineerd, innovatief en hoogwaardig onderzoek op het raakvlak van klimaat en ruimte wil het consortium de vooraanstaande internationale positie van Nederland op het gebied van klimaatonderzoek en ruimtelijke ordening behouden en versterken. Bij deze criteria wordt de referenten gevraagd naar hun mening aangaande in hoeverre het individuele project hieraan bijdraagt.
Criterium 4: Potentiële maatschappelijke impact
Het achterliggende maatschappelijke doel van het programma is de bevordering van klimaatverantwoord ruimtegebruik, ofwel het op een vernieuwende wijze invulling geven aan de maatschappelijke en ecologische vragen naar ruimte door multifunctioneel en flexibel gebruik van de natte en droge, boven- en ondergrondse ruimte in Nederland. Zo wil het programma eraan bijdragen dat Nederland een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven, personen en natuur behoud en versterkt. Bij dit criterium wordt dus van u gevraagd in hoeverre dit individuele project bijdraagt hieraan.
Het wordt de maatschappelijke beoordelingscommissie gevraagd of zij van mening zijn of de individuele projecten goed aansluiten bij de andere projecten binnen het programma (zie ook meegezonden samenvatting van het programma).
Tot slot, is er voor projectleiders de mogelijkheid aanvullende opmerkingen te plaatsen bij het betreffende projectvoorstel die niet gedekt worden door de review criteria.
- De ambitie om te komen tot een samenhangend programma is het leidende principe.
Bij budgetkortingen wordt geen 'kaasschaaf' gehanteerd maar met gerichte adviezen gewerkt. - Ten behoeve van de samenhang vindt herprogrammering zowel in tijd als in ruimte plaats (beste locaties voor het project in het thematische kader van het programma, schaalgrootte).
- In de fasering van het kennisprojectplan wordt gestreefd naar optimale input-output relaties tussen projecten.
- Binnen het kennisprojectplan zal een aantal projecten worden aangewezen die speciaal zullen worden afgestemd op de andere kennisprojectplannen binnen het BSIK thema Hoogwaardig Ruimtegebruik Voor deze zogenoemde brugprojecten geldt een aparte herprogrammeringstrategie, die wordt afgestemd met de andere betrokken BSIK programma’s.
- Het percentage vrije ruimte bedraagt 10% van het totale budget.
De adviezen in de ToRs worden geformuleerd met de volgende oogmerken:
- Optimalisatie van de synergie binnen het programma
- Versterking van de Nederlandse kennisinfrastructuur in internationaal verband
- Bevordering van een zo breed mogelijke disseminatie in de maatschappij
- Sluitende contrafinanciering wordt gegarandeerd
- Extra waarden van kennisnetwerken boven de kerntaken van de instituten.
In februari en maart 2004 zijn alle thema’s van het programma door de programmaraad in samenhang beoordeeld op de mogelijkheden voor herprogrammering aan de hand van bovenstaande criteria. Aan de hand van de resulterende voorstellen is tevens een schatting gemaakt van de financiële consequenties voor het programma. Deze schatting is opgenomen in paragraaf 4.1 en nader uitgewerkt in hoofdstuk 8.
De mogelijkheden voor herprogrammering zijn in eerste instantie per thema geïdentificeerd door de verantwoordelijke themacoördinator, in overleg met de wetenschappelijk directeur van het van het programma. De overige leden van de programmaraad zijn via notulen van de resultaten van deze thematische gesprekken op de hoogte gesteld. Tijdens de 2e vergadering van de voltallige programmaraad op 30 maart 2004 zijn de herprogrammeringsadviezen toegelicht en verder verfijnd. Voorts hebben de leden van de programmaraad overeenstemming bereikt over het voorstel voor de herprogrammering en zijn overeengekomen dat: de themacoördinatoren in samenwerking met de wetenschappelijk directeur en gefaciliteerd door het programmabureau de herprogrammering van hun thema op thema- en projectniveau ter hand nemen, volgens de in de programmaraad overeengekomen criteria.De themacoördinatoren zullen de projectleiders betrekken bij de uitwerking van de herprogrammeringsvoorstellen op projectniveau, aangestuurd door de wetenschappelijk directeur en ondersteund door het programmabureau.
Tijdens de 2e vergadering van het Stichtingsbestuur op 15 april 2004 zijn de herprogrammeringsvoorstellen op thema- en projectniveau door het Bestuur bekrachtigd. Tevens werd besloten een onderscheid te maken tussen onderzoeksprojecten, communicatieprojecten, integratieprojecten en brugprojecten. Betreffende deze laatste twee categorieën werd besloten aparte, parallelle herprogrammeringstrajecten in te zetten om deze projecten optimaal te kunnen laten aansluiten bij de diverse onderzoeksprojecten uit KvR en andere programma’s onder het BSIK thema Hoogwaardig Ruimtegebruik.
- De BSIK subsidie voor KvR is vastgesteld op 40 M€ in plaats van 50 M€.
- Afstemming met lopend en toekomstig onderzoek onder externe programma’s dient te worden verbeterd. Dit geldt vooral voor afstemming met:
a. het vijfde en zesde kaderprogramma van de EU; hierbij dient speciaal aandacht te worden besteed aan het onderzoek onder het thema Mitigatie.
b. NRP-CC - Afstemming met overige BSIK programma’s dient te worden verbeterd.
- De interne afstemming dient nader te worden bezien: het thema Integratie en de definitie van dwarsverbanden met thema’s Klimaatscenario’s, Adaptatie en Mitigatie dienen te worden geoptimaliseerd om herhaling te voorkomen.
- De interactie tussen het onderdeel Klimaatscenario’s en de praktijk dient te worden vergroot. Voorts moet er meer aandacht komen voor ‘plausibele sociaal-economische scenario’s’ (KNAW).
- De betekenis van het gebruik van broeikasgassinks op het land voor mitigatie werd gerelativeerd door het CPB.


